Menu & Search

“The Horror On Ladies Night.”

“The Horror On Ladies Night.”

Eigenlijk begon het allemaal als een gewone avond. Een avond zoals we die wel vaker hebben. Zo één met rode wijn en toastjes met brie. Daar houd ik namelijk van. Rode wijn, toastjes, brie, vrouwenfilm, een ladies night zoals ze dat wel eens noemen. We zaten nog te twijfelen. Zouden we Hannibal gaan kijken of White Oleander? Het werd de psychologische vrouwenfilm zonder kannibalistische seriemoordenaar.

Alles verliep zoals altijd. De film was afgelopen en de goede gesprekken kwamen op gang. We zaten rustig op de bank, onze levens te overdenken. Monica, Carin en ik. We hadden het over de zin van het leven, psychologische kwesties en de filosofieën des levens. Je weet wel, gewone vrouwendingen. Even gingen we bij de achterdeur staan. Carin maakte al lopend naar de deur haar zin af. Ze liep naar de gang, de gang die ook naar de voordeur leidt. Ze liep weg en kwam na een paar seconden terug. “Monica…” zei ze. “Je weet dat de voordeur open staat?”  We waren alledrie al een keer naar het toilet geweest, maar geen van ons was het opgevallen dat de voordeur op een kier stond. Monica kreeg een koude rilling over haar rug. “Doe maar dicht.” Zei ik. We zaten tenslotte in Overvecht noord. Carin deed de deur dicht.

“Ik vind het een beetje eng.” Zei Monica. Ik zou blijven slapen, en dapper als ik ben zou ik, mocht er iemand binnen zijn, diegene wel tegenhouden. Wat kon één laffe inbreker die uit was op de laptops in het huis ons nou maken. Het was vast Sietse die eerder die avond was vertrokken en de deur niet goed had dichtgedaan. Ik besloot dat we voor het slapengaan alle kamers zouden controleren voor onze eigen gemoedsrust en vooral voor onze nachtrust. Die is belangrijk in het leven van een student. Carin kwam terug en we ploften weer neer op de bank. Onze gesprekken gingen verder. We zetten de radio aan voor een rustgevend achtergrondmuziekje. Niets leek anders.

We zaten net een paar minuten in ons serieuze gesprek toen ineens de lichten in de huiskamer uitgingen. Ook de radio viel stil. Evenals onze gesprekken. De lichten in de keuken bleven gelukkig aan. We bleven even stil. Doodstil. We verroerden ons niet. Onze harten gingen iets sneller kloppen. Boven hoorden we een deur dichtslaan. Een gordijn werd dichtgeschoven. Degene die boven de laptops wilden meenemen schroomde niet dat te laten merken. Iemand stampte de trappen af. Rende de kamers in en uit. Sloeg met de deuren. De bovenverdieping werd overhoop gehaald. “Ik ga een honkbalknuppel zoeken.” Besloot Carin. “Ik ga Sietse bellen.” Zei Monica. Sietse zou bij Tjeert zitten, de broer van Monica die slechts vijf minuten verderop woonde. “Ik bel Tjeert.” Zei ik. Mijn hart was inmiddels zichtbaar aan het kloppen. Ik hield mijn ogen gericht op de wijnfles die binnen mijn bereik stond zodat ik de indringer bewusteloos kon slaan. Carin hield haar handen bij de vlaggenstok. “Sietse neemt niet op. Voicemail.” Zei Monica met grote ogen. Ik belde Tjeert. De wachttoon leek er uren over te doen. “Tjeert?” zei ik. “Kun je hierheen komen? Er loopt iemand in huis.”  Bang dat Tjeert er een grapje van zou maken ademde ik sneller. Ik maakte mezelf gek. “Oh, oke.” Antwoordde hij. “Is Sietse bij jullie?” moest ik van Carin vragen. “Uh… Ja?”  zei Tjeert. Ik dwong hem naar ons te komen. Terwijl we ophingen gingen we na wie van de huisgenoten het kon zijn. Niemand. Nog meer lawaai. Bang voor een bivakmuts zaten we doodstil in de huiskamer. Laat de indringer maar rustig vertrekken, dachten we. Hannibal schoot nog even door ons hoofd.

De minuten kropen voorbij. Het leken uren. Nog meer lawaai. De deur van de gang naar de huiskamer kraakte langzaam open. De schrik was te horen toen de deur open ging. Doodsbang zaten we daar.

“Hoi!” Tjeert kwam binnenlopen. Sietse, Jorik en Tom volgden hem. Met een slappe lach. Ze kwamen niet meer bij. “Ha! Hadden we jullie even mooi beet, he?” Bijna hadden we alsnog de fles wijn gepakt om onze adrenalinescheut te bevredigen. Blij dat we niet met de fles wijn waren gaan rammen lachten we al onze angst weg. In Overvecht hoefden we in ieder geval nooit meer bang te zijn voor iets of iemand. Van je vrienden moet je het maar hebben.

1 Comment

  1. Renate
    9 jaar ago

    Oohh wat vals! Ik zou echt geslagen hebben vrees ik 😉