Menu & Search

Van Utrecht naar Parijs (15)

Van Utrecht naar Parijs (15)

Klik hier voor de andere delen.

De metro naderde Charles de Gaulle. Overstappen leek zoveel makkelijker dan het was. De bordjes met de gele lijn en ‘La Défense’ volgen. Het tweetal stapte de metro uit en liep naar boven, de gele bordjes volgend. Het leek eeuwen te duren voor er eindelijk nog een bordje in zicht kwam. Klakkeloos volgden ze nog steeds bordjes. Tot er poortjes in zicht kwamen. Voor de poortjes bleven Jorik en Ingelise stilstaan. “Moeten we daardoor?” vroeg Ingelise. “Ik denk het.” mijmerde Jorik. Ondertussen klom een man in een net pak over het poortje heen. Over het algemeen is dat niet zo’n klus, maar aangezien de ruimte tussen het poortje en het plafond niet meer dan een meter betrof, zag het er met zijn nette pak toch relatief maf uit. Parijs rond half één, niets is te gek. “Ik ga het vragen.” Ingelise liep naar een hippe jongen met een grote koptelefoon en een pet. Hij sprak vast Engels. In het Frans vroeg ze waar de gele metrorichting La Défense was. Hij wees richting de poortjes, en zei dat ze klakkeloos de bordjes moesten volgen. Op de gok ging het duo de poortjes door, in de hoop dat ze de poortjes nog geen tien meter verderop weer inkwamen. Anders zouden ze dezelfde taferelen moeten uithalen als de Parijzenaar in het nette pak. Iets wat ze beiden niet echt zagen zitten. Ze renden naar de volgende poortjes, stopten hun kaartjes in de automaat en kwamen het station weer in. Wederom volgden ze de bordjes en kwamen uit bij de juiste metro. Opgelucht stapten ze in de metro. Ietwat gespannen keek Ingelise naar het plaatje waar alle haltes opstonden, en hield ze in de gaten wat de volgende halte was. Bij de volgende halte concludeerde ze dat ze in de juiste metro zaten, en de juiste kant opgingen.

Vermoeid van de reis converseerden Jorik en Ingelise wat. Het was wat, het was niet veel. Een oerdegelijk uitziende jongen met donker, ietwat rossig haar observeerde het tweetal. “Mag ik jullie wat vragen?” vroeg hij in het Engels. “Natuurlijk.” antwoordde Ingelise zo beleefd mogelijk. De jongen keek ze even aan. “Komen jullie uit Zweden?” Dat ze blond haar en blauwe ogen had wist ze, maar verder wees niets erop dat het tweetal uit Zweden zou komen. Zeker Jorik’s donkere bos haar niet. Hij klaagde al de hele reis over dat hij naar de kapper moest. “Nee. Uit Nederland.” zei het tweetal beleefd. “Oh.” De jongen keek een beetje beduusd. “Het klonk alsof jullie uit Zweden kwamen. Zoals jullie nee zeggen, het is net Zweeds.” Ingelise keek de jongen bedenkelijk aan. “Of Deens. Of Duits. Klinkt allemaal hetzelfde voor jullie.” Ze converseerden nog wat over de taalbarrière. De jongen vertelde dat hij een paar maanden in Zweden had gewoond, en zo de ‘Nee’ dacht te herkennen. Maar Nederland, daar wilde hij ook wel heen. “Waar gaan jullie eigenlijk heen?” vroeg de jongen, oprecht geïnteresseerd. Terwijl Ingelise ‘camping Bois Du Boulogne’ probeerde uit te spreken, haalde Jorik het foldertje met het adres tevoorschijn en liet deze aan de jongen zien. “Camping Bois Du Boulogne?” riep de jongen. Hij spreidde zijn armen wijd uit en begon te lachen. De nette zakenman naast hem genoot van de conversatie. “Nee, dat meen je niet!” Jorik en Ingelise keken de nep-Zweed nogmaals bedenkelijk aan. “Dat is de rosse buurt van Parijs. Daar zitten alle hoeren en homo’s. Wij zeggen niet ‘screw you’, maar wij zeggen ‘Ga toch lekker naar Bois Du Boulogne.” De jongen lachte nog steeds. Jorik en Ingelise keken elkaar aan. Dat hadden ze mooi voor elkaar. Midden in de nacht op weg naar de tippelzones van Parijs. “Kunnen we die pretty boys die mee zijn lekker bang maken.” zei Ingelise tegen Jorik. Ze vertelden de jongen dat ze de pretty boys die mee waren bang wilden maken. “Oh, niet alleen bang maken.” zei de jongen. “Ze moeten ook echt niet over straat gaan daar.” De jongen genoot nog even na van zijn onthulling. “Jij komt er ook regelmatig?” vroeg Ingelise brutaal. De jongen klapte dicht en bekende beschaamd dat hij er ook wel eens heenging. Porte Maillot kwam in zicht. “Wij moeten er uit. Goeie reis nog! Kom op bezoek in Nederland!” riep Ingelise de jongen na terwijl het tweetal uitstapte. “Wij hebben ook hoeren!” wilde ze nog roepen, maar de metrodeuren gingen dicht en de metro reed verder. “Nou, daar zitten we dan mooi mee.” zei Ingelise terwijl ze naar de uitgang liepen. “Ach joh.” antwoordde Jorik. “Laat je niet gek maken door zo’n beschonken Parijzenaar.” Ingelise moest lachen. “Maar we gaan wel de jongens gek maken.” Daar stemde Jorik mee in terwijl ze de trappen van het metrostation opliepen.

1 Comment

  1. 10 jaar ago

    Whaha dat je dan ook precies naar zo’n buurt moet.
    Maar wel een heel verhaal al hoor, 15 interessante stuken over een en dezelfde dag. Dan moet je toch iets goed doen.